woensdag 23 juli 2008

Dag 16; Squamish

Op naar de laatste locatie waar we gaan overnachten met de camper. Om 8:15 vertrekken we uit Lillooet en rijden naar Whistler. Hier worden de Olympische winterspelen van 2010 gehouden en ze zijn er al druk mee bezig. De wegen worden op de schop genomen, hotels en andere gebouwen worden uit de grond gestampt en overal zie je het logo en de mascottes. We parkeren de auto en gaan te voet het centrum in, wat volledig op de toeristen is ingespeeld; veel kleding winkels, restaurants en souvenirwinkeltjes. Ook gaat er een stoeltjeslift de berg op, maar nu niet met skiërs, maar met mountainbikers voor een downhill by bike. Eerst de fietsen daarna de mensen zelf in de liften. Ze komen hard naar beneden en de echte waaghalzen komen kneiterhard naar beneden en nemen hier en daar nog een flinke sprong. Wel leuk om te zien.


Na Whistler zijn we naar Squamish gereden wat weer vlak bij Vancouver ligt. Hier zijn ze ook druk bezig met de weg, en regelmatig komen we Leontientjes tegen. Je kent haar nog wel toen ze de bordjes om draaide. Hier hebben ze dus ook van die Leontien-Draai-Het-Bordje-Maar-Om om het verkeer tegen te houden met aan de ene kant een stop-bord en de andere kant een slow-bord.

Als je hier naar beneden rijdt van een berg af, kan het nogal steil worden (15°) en vrachtwagens moeten flink terugschakelen om af te kunnen remmen. Mocht dit niet meer werken dan hebben ze hier speciale plekken voor gemaakt dat als de vrachtwagen te hard gaat hij deze ‘afslag’ kan nemen die of in een grote grindbak belandt of een flinke heuvel op laat rijden. Deze runaway lanes kom je regelmatig tegen in dit bergachtig gebied.

Eenmaal in Squamish aangekomen moeten we even zoeken waar onze camping is maar toch gevonden. We hadden die ochtend eindelijk weer bereik met onze mobiel, dus gelijk maar even gebeld naar de camping waar ze gelukkig nog een plek vrij hadden. Ga je toch wat rustiger op pad moet ik eerlijk bekennen. En gelukkig maar want toen we gingen inchecken bleek er geen plek meer over te zijn.


Morgen moeten we de camper weer inleveren en is deze reis bijna ten einde. Vancouver kunnen we dan overmorgen gaan bekijken omdat we daar ook nog een nacht extra blijven.

dinsdag 22 juli 2008

Dag 15; Lillooet en rustig aan

Vandaag was echt even een rustdag. Vanmorgen zijn we eerst nog even boodschappen wezen doen en daarna nog een korte wandeling door het dorpje / stadje gemaakt en een paar leuke bezienswaardigheden van hier gezien. Zo heb je het Miyazaki huis vernoemd naar de Japanse dokter Masajiro Miyazaka die hier in 1942 kwam om de 250 geïnterneerde japanners te verzorgen. Hij heeft hier tot 1984 zijn praktijk gehad. Daarnaast heeft hij ook het eerste brandweerkorps opgericht alsook de eerste ambulance dienst. Hij observeerde het weer en registreerde elke dag om 9:00 uur en om 17:00 uur het weer. Hij heeft drie ambtstermijnen lang bij het stadsbestuur gezeten en daarnaast nog vele andere activiteiten uitgeoefend. Een bijzondere man voor dit plaatsje.


Daarna zijn we even doorgelopen om naar de Hangman’s Tree te gaan. Deze boom werd gebruikt om ter dood veroordeelden aan op te hangen. Helaas moest deze boom flink gesnoeid worden omdat het te gevaarlijk werd dat hij zal afbreken. Zoveel mensen zijn er echter ook weer niet aan opgehangen, één is met zekerheid hier terechtgesteld en over een tweede wordt nog getwijfeld. Dit alles speelde zich af in de periode rond 1857.


Na deze wandeling zijn we naar het Seton Lake gereden, 10 kilometer ten westen van Lillooet. Bij dit meer hebben ze een strandje aangelegd en staan bankjes. Met een stevig briesje van het water hebben we het hier de hele middag nog lekker uit kunnen houden. Morgen gaan we naar Squamish waar onze laatste overnachting in de camper zal zijn.

maandag 21 juli 2008

Dag 14; Lillooet

Vanmorgen zijn we om 8:00 uur gaan rijden via Kamloops en Cache Creek naar Lillooet. Dit ging via een leuke highway wat af en toe ietwat hobbelig was. Het landschap is hier weer compleet anders dan waar we vandaan komen. Hier doet alles wat meer aan een woestijn denken, het oude wilde westen maar de weggetjes slingeren wel weer leuk. Onderweg komen we ook nog een paar goederen treintjes tegen en we konden de wagons niet allemaal tellen, maar we schatten dat het er ongeveer 200 moeten zijn. En dat zijn dus wagons met een dubbele lading zeecontainers er op. Kun je nagaan wat voor lengte dit moet zijn. (Naar schatting moet het ongeveer 3,4 kilometer lang zijn…)

In Lillooet aangekomen moeten we onze camping eerst zien te vinden. Hmm, geen bordjes of zo te zien. Wel van het informatiecentrum, dus daar maar direct heen. Gelukkig waren die open en kregen we uitgebreide informatie van ze wat er allemaal te doen is, en waar onze camping is. Bleek dus dat we dit al voorbij waren gereden. Wij maar weer teruggereden maar niemand aanwezig op de campground. Wel een selfregistration formulier dus dat maar ingevuld. Gelukkig was er nog één plekje vrij aangezien de reservering niet was aangekomen. Correctie, net even de mail gecheckt en we hebben inderdaad een boeking :)

Daarna nog even het stadje in geweest om rond te kijken en te lunchen. Het is hier rond de 32 graden en het is bloedjeheet. Rustig aan doen dus. Na de lunch – die erg goed is bevallen – zijn we weer verder gereden om naar de Old Bridge (de Ouwe Brug) te gaan. Deze hangbrug was van 1913 tot 1981 de enige brug naar Lillooet toe, en werd vervangen door de betonnen ‘Bridge of the 23 Camels’ (de brug van de 23 kamelen – dromedarissen eigenlijk maar dat is weer een ander verhaal). De brug is alleen toegankelijk voor voetgangers en fietsers en gemotoriseerd verkeer mag er niet overheen.

’s Avonds hebben we vrij weinig meer gedaan behalve dan lezen, foto’s overzetten en de weblog aanpassen, waarvan hier het resultaat. Morgen gaan we verder rondkijken wat er allemaal te doen is.

zondag 20 juli 2008

Dag 13; Wells Gray Provincial Park en meer…

Voor de tweede dag zijn we nu in het Wells Gray Provincial Park en we zijn nu naar het Noordelijkste deel gegaan waar een aantal bezienswaardigheden zijn. Het eerste is Ray’s Farm. Hier heeft de familie John en Alice Ray samen met hun kinderen Doug, Bob en Nancy als boeren het land bewerkt van 1932 tot 1946. Dit waren dus echte pioniers, want tot die tijd had niemand dit land ooit betreden. In 1947 is John overleden en samen met zijn vrouw liggen ze nog steeds bij hun huis begraven.

We hebben hier nog een route gevolgd die verder liep naar Alice Lake. We ware de enigen die hier liepen, en aangezien hier nog wel eens beren voorkomen… In Nederland mag je al blij zijn dat je ergens alleen kunt lopen en dat je dan heeeeeel in de verte nog een glimp van een wild zwijn of hert ziet, maar hier kun je dus van alles tegen komen. Gelukkig zijn we geen beren of nog erger elanden tegen gekomen en vonden we onze camper na een dik uurtje weer terug.


Nadat we even een broodje hadden verorberd zijn we verder gereden naar Bailey’s Chute – heeft niets te maken met het gelijknamige alcoholische versnapering – en na een korte wandeling van 5 minuten kwamen we aan bij deze stroomversnelling. Het bijzondere hiervan is dat elke herfst de zalm hier weer naar toe trekt en zich een baan worstelt tegen de stroom in om weer naar hun geboortegrond terug te trekken. Op zich is dit niet bijzonder, totdat je ziet met wat voor een enorme kracht dit water naar beneden wordt gegooid. Een mens zou direct mee worden gesleurd zonder ook maar iets te kunnen doen, maar deze zalm niet. Deze zwemt en springt er bij omhoog om vervolgens verder te gaan. Helaas zijn er ook tal van vissen die dit niet redden en ook mee worden getrokken om vervolgens verder op hun sterfplek te vinden. Alle jonge vissen die hier worden geboren gaan weer mee naar open zee om het volgens jaar het zelfde te gaan doen. Wondere wereld…

Na dit overweldigend verschijnsel zijn we weer terug gereden naar onze camping om een rustige middag tegemoet te zien. Op ongeveer 15 kilometer voor onze camping had iemand waarschijnlijk iets verloren wat op een deurtje leek met daaraan nog de scharnieren. Helaas konden we dit niet meer helemaal ontwijken en we reden er dus ook over heen. Het was wel even een klap, maar verder niets ernstigs. We konden nog gewoon doorrijden en de stuureigenschappen waren ook niet anders. We waren nog van plan om naar de Saphats Falls te gaan, maar beide hadden we al liever dat we maar naar de camping gingen. Gelukkig maar want op de camping aangekomen wilde ik het water en spanning aansluiten toen ik de rechter voorband langzaam ineen zag storten. Deze was dus lek geraakt. Gelukkig dat we niet meer waren gestopt bij de Saphats Falls anders hadden we daar dus gestaan met een lekke band. In de boekjes van het verhuurbedrijf hadden we al gelezen dat er geen gereedschap was meegeleverd met de camper om zelf een band te verwisselen en dat we hen moesten bellen. Dus wij dat maar gelijk doen en binnen een half uurtje stond er dus ook iemand van de Canadese Quickfit bij ons op de camping. De meneer van KalTire.com had onze band er ook zo om weg en ik moest even met hem mee om naar de garage te gaan. Hij de band repareren, ik 71 dollar betalen – die we waarschijnlijk weer terugkrijgen van de verhuurbedrijf – en wij weer terug naar de camper waar alles na een uurtje weer helemaal in orde was.

Na dit avontuur een poging gedaan om de volgende campings te reserveren, telefoneren ging niet, internet weer wel, maar je krijgt dan een bevestiging binnen 24 uur. Nou, dan hoop ik al op de camping te zijn…

Verder een leuke avond gehad met bezoek van onze buren. Wijntje er bij, kampvuurtje aan en lekker buiten zitten kletsen over Canada. Morgen gaan we naar Lillooet waar we hopelijk nog twee nachten kunnen blijven. Daarna gaan we door naar Squamish om vervolgens naar Vancouver te rijden. Maar nu begint het toch te dicht bij de terugreis te komen dus stop ik nu maar.

Update: het is nu 7:30 uur en heb net de mail gecheckt maar uiteraard nog geen bericht gehad. Dus we zullen maar direct heen moeten rijden. We zullen zien. Hopelijk hebbeb ze nog wat plek voor ons, anders moeten we gaan zoeken.

Dag 12; Captain's log supplemental…

Ok, vroeger te veel naar Star Trek gekeken. Maar nog even een toevoeging op dag 12. ’s Avonds was het heerlijk weer voor een lang avondje buiten zijn. Nicolina heeft het kampvuur gemaakt en we hebben hier nog een aantal uurtjes van kunnen genieten met een heerlijk wijntje van Canadese bodem.

zaterdag 19 juli 2008

Dag 12; Watervallen en muggen

Om 6:30 uur ging de wekker van de mobiel al. Dat krijg je als je geen bereik hebt en je gaat door een tijdzone. Normaliter synchroniseert hij zichzelf met de juiste tijd, maar nu dus niet. Dus in plaats van 7:30 uur was het dus een uur eerder; 6:30 uur. Ik vond het al zo rustig op de camping, en nadat ik het geverifieerd had met de horloge die we dus wel goed hadden gezet, konden we weer een uurtje gaan slapen.

Na het ontbijt hebben we de camper gepakt en zijn het Wells Gray Provincial Park in gereden richting het noorden waar een groot aantal watervallen te zien zijn. We wilden beginnen bij de Helmcken Falls op 47 km afstand van onze camping. Onderweg begon het aardig te regenen en we dachten dat onze dag ook in het water zou vallen, maar niets bleek minder waar. Toen we aankwamen begon het wonderwel droog te worden en af en toe kwam het zonnetje er zelfs bij. De Helmcken Falls is met 137 meter tweeënhalf maal zo hoog als de Niagara (heb ik nog niet na kunnen meten…) en het mooiste van het Park.


Na de Helmcken Falls zijn we terug gereden naar de Dawson Falls die iets minder hoog zijn – slechts 5 meter – maar wel iets breder, ongeveer 91 meter.


Hierna zijn we verder gereden en hebben een afslag genomen de bergen in om naar Green Mountain Tower te gaan. Deze route loopt via een slingerend gravel / modderpad maar we zijn heel boven gekomen. Bovenaan staat een uitkijktoren waar je een mooi overzicht hebt over de hele omgeving. Hier begon het weer even te regenen, maar dit was een buitje van ongeveer 10 minuten. Even lunchen kan dan ook geen kwaad.


De Moul Falls zijn wat lastiger te bereiken, nou ja, een wandeling van 45 minuten en dan ben je er al. Hier kun je echt dicht bij de watervallen komen. Als de hoeveelheid water iets minder is, kun je er zelfs in zwemmen en kun je achter de watervallen komen. Hebben we nu maar niet gedaan. Maar het is wel spectaculair om te zien. Helaas zijn de hoeveelheid muggen iets minder leuk om mee te maken. Ze schijnen hier 30 verschillende soorten muggen te hebben; een aantal zijn irritant, en de rest prikt én is irritant.

vrijdag 18 juli 2008

Dag 11; Clearwater

Vanmorgen wakker geworden van de regen maar die trok gelukkig al weer snel weg om plaats te maken voor de zon. Tot op heden hebben we alleen een paar buitjes gehad en ook nog eens niet zo veel. De spullen weer ingepakt en op pad gegaan naar Clearwater wat een 240 kilometer verderop ligt. Onderweg passeren we de tijdzones weer en zo heb je weer een uur gewonnen ? Dus kom je rond 13:15 uur aan in Clearwater waar we de camping hadden gereserveerd en kunnen we zo inchecken. De eigenaren heten Huybregts en ze hebben inderdaad Nederlandse voorouders. Zijn vader en moeder komen uit Kaatsheuvel en zijn hier naar toe geëmigreerd.
’s Middags lekker rustig aan gedaan want het is aardig warm hier; geen idee hoeveel graden, maar zal me niets verbazen als het naar de 30 graden loopt. Nog even gemidgetgolft (spel je dat zo???) – stokkie, balletje, gaatje – en daarna lekker luieren. Morgen wordt het weer een actieve dag.